Selecteer een pagina

‘Wat zijn afgelopen 4,5 maand voorbij gevlogen en anderzijds tergend langzaam voorbij gekropen’. We zitten onder de veranda in onze tuin na een fijn etentje in mijn favoriete restaurant. Op de achtergrond zingt Elvis Presley: ‘Take my hand, take my whole life too’. Het is fris en ik vouw mijn blote voeten onder mijn billen voor wat warmte, verlangend kijkend naar de alcoholische versnapering van de echtgenoot. ‘Als we morgen goed nieuws krijgen, drink ik een hele fles wijn’, opper ik stoer. ‘Natuurlijk’, klinkt er van naast me terwijl hij me in gedachten alvast op zijn schouder hijst; laveloos na een glas wijn. Nog een nachtje slapen en dan zullen we weten wat de chemo heeft gedaan ten opzichte van de kanker in mijn lichaam.

Diezelfde morgen lag ik nog in een ratelende buis voor mijn PET-scan. Mijn armen boven mijn hoofd, vastgesnoerd met een band rond mijn lichaam. ‘Ligt u zo goed, mevrouw’, vroeg de behulpzame laborante. ‘Kan niet beter’, antwoordde ik sarcastisch terug terwijl de associaties met een varken die naar de slachtbank gaat de boventoon voerden in mijn hoofd. Ondanks het gepiep en gekraak om me heen en de benarde positie waarin ik me bevond, lukte het om wat in te dommelen en vlogen de 30 minuten voorbij. Toch klonken de woorden ‘de scan is gelukt, u mag uw armen naar beneden doen’ me als muziek in de oren.

De volgende morgen vertrekken we met een afvaardiging van vier personen richting het ziekenhuis. Na weken op mijn gympies te hebben geleefd, trek ik vandaag mijn hakken aan. Niet dat de kanker zich daar ook maar iets van aantrekt, maar ik voel me meteen een stuk krachtiger. Ik heb geslapen als een blok en ook tijdens het ritje bemerk ik nog geen zenuwen. Er worden wat grappen gemaakt om de sfeer luchtig te houden, twee van mijn drie favoriete mannen lijken toch wat meer last te hebben van onrust. In de wachtkamer, terwijl ik mijn billen op het groene stoeltje laat zakken, steekt de spanning bij mij ook op. In maart had ik niet verwacht dat het knobbeltje daadwerkelijk een tumor zou zijn en ook het BRCA gen zag ik niet aankomen. Wat voor verrassing zou de kanker deze keer voor mij in petto hebben?

‘Hoe gaat het met je’, is de vraag van de klinisch verpleegkundige. ‘Ik had gehoopt te beginnen met de uitslagen van de scans’, is mijn eigenwijze weerwoord, ‘daarna komen we wel op mijn huidige welzijn’. Gelukkig draait ze haar stoel richting computer en geeft het verlossende woord snel. ‘De kanker heeft goed gereageerd op de chemo, de artsen zijn zeer tevreden’. Mijn hart maakt een sprongetje. Geen onverwachte nieuwe uitzaaiingen en extra chemokuren zoals ik in mijn ergste gedachten bedacht had. Een stuk minder beladen verlaten we het ziekenhuis. Op naar een borrel want zulk goed nieuws mag gevierd worden. Die woensdag voelt als een feestdag. Er wordt zowel tijdens lunchtijd als ’s avonds geproost en ik word enorm verrast met onverwachte cadeaus en mooie woorden. Die avond lig ik laat op mijn bed en realiseer me dan echt dat hoofdstuk 1 uitgelezen is. Tijd voor hoofdstuk 2, de operatie van begin september. En hoe gek het ook mag klinken, ik kijk er naar uit!