Selecteer een pagina

De cocktails bleken helaas niet binnen handbereik te zijn, wel een streng uitziende verpleegkundige die iets mompelde over ‘naar de afdeling gaan’. Mijn bed kwam in beweging en soepel leek ik over de vloer te glijden. Achter de grote klapdeuren, de plek waar ik hem achter gelaten had, stond de echtgenoot in hoogsteigen persoon. ‘Heb je al die tijd hier op mij staan te wachten’, huilde ik slaapdronken. Hij knikte instemmend, onthield zich wijselijk van verder commentaar en duwde het hoofdeinde van het bed richting de lift. 7,5 uur nadat ik die ochtend met bed van mijn kamer vertrok, was ik terug.

Die nacht verzonk ik in kortdurende slaapmomenten om wakker te schrikken van een zaklamp in mijn gezicht, de starende blik van een verpleegkundige, het bloeddrukapparaat om mijn kuit of de prik in mijn bovenbeen tegen trombose. De horrorscripts werden in mijn hoofd al geschreven. Dit alles in een waas. ‘Zou die trage loomheid ooit uit mijn hoofd verdwijnen’, twijfelde ik om 6.00 uur die ochtend. ‘En wat zou ik allemaal gezegd hebben in mijn benevelde toestand. Als ik maar niet tegen die leuke chirurg iets idioots heb gezegd.’

In het ziekenhuis ging ik sowieso mijn grens over qua gênante momenten. Blauw plassen op een po in je bed terwijl er twee mensen vanachter het gordijn meermaals vragen of het lukt. Middenin de nacht moeten plassen, dit echt op het toilet willen doen omdat die po geen succes was. Schuifelend aan de handen van de verpleegkundige naar het toilet om vervolgens door diezelfde verpleegkundige je broek van je billen af te laten stropen. Of voor het eerst na de operatie weer douchen, je laten uitkleden als een baby om vervolgens een natte washand tussen je benen door te krijgen. Charmant voerde niet de boventoon die dagen.

Afijn, de loomheid verdween en Veer kwam terug. Wel in een wat geamputeerde gedaante en gestoken in een vleeskleurige beha, maar ik was er wel. Na mijn haren, mijn gevoel van onafhankelijkheid en mijn figuur nam de kanker nu ook mijn borsten af. Weliswaar zijn er tissue expanders voor in de plaats, maar die zijn nu leeg en dus zo ‘plat als een dubbeltje’. ‘Het beste is om meteen te kijken in de spiegel’, adviseerde de verpleegkundige. Volgzaam als ik ben, volgde ik dat advies op. Vanuit de spiegel staarde een rond, rood bolletje met sprieten haar terug. Pleisters, hechtingen en twee slangetjes op het bovenlijf. Toch bleef de schok uit en het enige wat ik kon denken was; deze stap is ook weer gezet!